Dija Salone – Kadija blog 2

“You walk proud now,” zei m’n tante, “Like a real African lady.” Op goedkeurende wijze keek ze me van boven naar beneden aan toen ik haar tegemoet kwam lopen. Schijnbaar kan je aan de manier waarop iemand loopt zien hoe nieuw die persoon is in Freetown. Wanneer je op de ‘nieuwelingen manier’ over straat loopt, beantwoordt men je begroetende knik met: “You are welcome” of “Thank you for coming.” Na de opmerking van m’n tante besefte ik me ineens dat ik inderdaad de ontvangstgroet al een tijdje niet meer had gehoord.

Na langer dan een maand in mijn vaderland, Sierra Leone, te zijn voel ik me steeds meer op mijn plek. Ik sta nu niet meer met mijn mond vol tanden wanneer iemand een gesprek met me begint in Krio en weet nu m’n gezicht in de plooi te houden wanneer ik onder de indruk ben van de ongelofelijk mooie natuur. De eerste twee weken heb ik namelijk aardig wat vliegen gevangen, omdat mijn mond steeds open viel. Ik begin de orde in het chaotische verkeer in te zien en de kunst in de over-autotuned-wanna-be-nigerian-pop af en toe te horen. Het leven zonder stromend water wordt me onderhand eigen en wanneer de elektriciteit uitvalt, kijk ik uit naar de leuke gesprekken die gevoerd worden wanneer de batterijen in onze mobieltjes leeg gelopen zijn. De tijd gaat razendsnel maar gewenning komt nog sneller; ik ben geen vreemde meer in het gebruis van de hoofdstad.

Freetown ontstond in 1787 toen Engelse abolitionisten, in wat nu the Western Area is, ‘the province of freedom’ oprichtten. Het was de eerste nederzetting voor voormalig tot slaaf gemaakte Afrikanen die terug wilden keren naar hun herkomst. Vijf jaar na de oprichting, sloten de activisten van de eerste ‘back to Africa movement’ uit Amerika en Canada zich bij hen aan en zo groeide ‘the province of freedom’ uit tot ‘The Free Town’. De stad opende haar poorten voor de boten met Marons die, al dan niet gedwongen, vanuit de Caraïben terug keerden naar Afrika, na de afschaffing van de slavernij. Verbonden door de afwezigheid van een gedeelde cultuur vormden de nieuwkomers de 16e stam in Sierra Leone. De creooltaal die zij ontwikkelden, Krio, is tegenwoordig de lingua franca van het land. Het is dus niet zomaar dat nieuwelingen hier begroet worden met ‘You are welcome.’

Hoewel de rijke geschiedenis voortleeft in de taal, zijn er maar weinig mensen zich echt bewust van het feit dat het Pan-Africanisme hier is gestart. 25 mei, Africa Liberation day, de dag waarop de wereld de vorming van de African union viert, werd dan ook maar kleinschalig geëerd. In hartje centrum kwamen we met een groep van ongeveer 150 mensen bijeen. Ik was een van de gastsprekers. Mijn speech was een ode aan mijn oom Janka Nabay, een van Sierra Leones grootste internationale artiesten. Hij tourde de wereld over met zijn eigen versie van Bubu, een traditionele muzieksoort. Twee maanden geleden kwam hij plotseling te overlijden. In mijn speech vertelde ik dat binnen drie dagen na zijn overlijden, prachtige artikelen over Janka werden gepubliceerd in grote Westerse kranten zoals The Washington Post en The New York Times. Maar in Sierra Leone, het land dat hij met trots vertegenwoordigde, werd zijn naam bijna nergens genoemd. Het publiek viel stil, de reactie die ik had gewenst op mijn confronterende tekst.

In Sierra Leone gaan ze op een andere manier om met de dood dan in Nederland. Mijn vader ligt begraven op een grote begraafplaats in de stad. Waar precies weet echter niemand, zijn grafsteen is immers al jaren geleden gestolen. Mijn bezoek aan de begraafplaats was een teleurstellende gewaarwording. Toch ging ik met een glimlach in de kehkeh (een tuctuc-taxi) zitten die mij naar huis bracht. Op de voorkant van het wagentje stond in grote, kleurige letters ‘Lady on the road’, de titel van een van mijn vaders hitsongs. Ik heb zijn graf nog niet gevonden, maar hij voelt dichterbij dan ooit.